BOOS!


BOOS! Een zelfgemaakte voorstelling.

Boos is een collage. Dat betekent niet een verhaal met een begin, een hoogtepunt en een slot. Het betekent wel een gevarieerde hoeveelheid -soms biografische- gegevens, vorm geven in beweging en taal. En het betekent in dit speciale geval ook een stuk met maatschappelijke relevantie.

De inhoud van de gespeelde scènes doet de toeschouwer genieten van intens en ingeleefd spel, onopgesmukte taal en originele bewegingsvormen. Maar tevens doet de inhoud een beroep op ons kritische vermogen, vraagt het om nadenken over gebeurtenissen die we allemaal meemaken. Waar we allemaal over lezen in de kranten, over horen op de radio en zien op de televisie.

Door toevallige, persoonlijke ervaring of via de media worden we met onze neus gedrukt op de moeilijkheden die de immigrant ondervindt als hij of zij per ongeluk verliefd wordt op een Nederlander en daarom in ons land een plek moet zien te veroveren. Of de Nederlandse vrouw die valt op een gastarbeider uit Oost Europa. Wat een strijd moet zij voeren om door te dringen in de achtergrond van haar man, een strijd die nauwelijks te winnen valt.
Die moeilijkheden gelden evenzeer voor diegenen die uit de Overzeese gebiedsdelen hier naar toe komen. Eigenlijk Nederlander en toch vreemd. Alhoewel voor hen de taal sinds hun vroegste jeugd vertrouwd is. De landgenoten van over zee dragen ongemerkt een totaal andere culturele bagage met zich mee. Wie zou ooit vermoeden dat de grootmoeder van de Indonesische buurman in de flat waar je woont, nog uitgehuwelijkt werd aan de eigenaar van een koffie- en thee plantage. En dat de oorlog in Europa die weldra ook in Azië zou uitbreken voor haar de redding zou brengen.

We wordt wakker geschud omdat het onrechtvaardig is dat de leiders van onze grote bedrijven en instellingen teveel verdienen en bezuinigingen altijd op de verkeerde plek vallen. Als je boos bent vind je dat de term ‘gouden handdruk’ eigenlijk niet zou mogen bestaan. Of hooguit gebruikt zou mogen worden als je een hand krijgt van de koningin.

Over seksuele gevarieerdheid wordt nog altijd gepraat alsof er goede en foute seksuele geaardheid bestaat. Daar kun je je, daar moet je je kwaad over maken. In deze discussie vallen onwetendheid, onzin en onrechtvaardigheid dikwijls samen. Te weinig wordt in het gesprek over dit onderwerp gebruik gemaakt van de vorderingen die op het gebied van het hersenonderzoek gemaakt zijn. Resten van godsdienstige overtuigen of vage psychologische noties worden menigmaal als een dunne wollen deken over de feitelijkheden heengelegd.

De natuur schudt je ook op andere punten soms goed door elkaar. Als je kind het huis verlaat en zijn of haar eigen leven wil opbouwen, voel je je verlaten. Ben je boos omdat het kind plotseling zonder jouw niet aflatende zorg lijkt te kunnen. Kijk je bevreemd naar je echtgenoot met wie je plotseling weer alleen bent. En toch is dat anders dan toen je begon. Nu ben je zo’n slordige twintig jaar ouder en gaapt het gat van het lege nest tussen jullie in.

En dan het nadenken over het levenseinde. Deze gedachtewisseling kan niet zonder fel op en neer praten plaats vinden. De oude moeder weet wat zij wil, maar haar kinderen verschillen sterk van mening. In een gezin is er altijd wel één die de stap naar een zelfstandige beslissing niet durft te zetten.

In onze zoektocht naar een volwassen bestaan overvalt je de boosheid van een goede vriendin. Zij zegt je de vriendschap op omdat je niet hebt voldaan aan haar verwachtingen. Zonder oog voor jouw deel van het verhaal wordt je zonder pardon opzij gezet. Terwijl je toch deed wat je kon, zelfs bereid was nederig om begrip te vragen. Zonder kwade opzet heb je haar kennelijk diep gekwetst.

Tenslotte komt de vraag: Hoe heeft het vermogen om boos te kunnen worden zich in jezelf ontwikkeld? Groeide je op in een gezin, in een milieu waarin het geaccepteerd werd dat je af en toe eens flink van je afbeet omdat de gezinsleden teveel in je persoonlijke ruimte traden? Of moest de boosheid ingeslikt worden, opgepot, of  omgezet in beleefdheden en kwam hij daardoor op onverwachte momenten toch naar buiten, misschien zelfs in de vorm van ongerichte woede, destructie of wrok. *

Chris Bevers, Jolanda Wróbel, Karin Verkaar, Marta Rocha de Araujo, Mathijs Gottenbos en Wilma Vos spanden zich onder mijn leiding in en zochten vrijmoedig naar voorbeelden van al dan niet geuite boosheid en woede. Voorbeelden die in een heldere mis en scène zijn uitgewerkt. Elk onderdeel afzonderlijk is een begrijpelijk geheel. Tezamen vormen de scènes een kleurrijke lappen deken geïnspireerd  door het gekozen thema: boos!

Chris Bevers en Marta Rocha de Araujo namen de verantwoordelijkheid voor kleding en rekwisieten. Frans Eppink zorgde voor de foto’s en p.r. materiaal.

Heleen van den Berg.
Voorjaar 2012.

*zie Nelleke Nicolai, Vrouwenhulpverlening en psychiatrie, Babylon-de Geus, 1997, hoofdstuk 7