Augustus 2008: Virginia

 

Van bureau naar leesstoel, dat pad liep ik vaak in de afgelopen vrije weken. Het was de gang naar mijn boeken. Ik wilde in deze vakantie opnieuw moeite doen voor ‘Mrs. Dalloway’, een roman gewijd aan de beschrijving van één dag uit het leven van deze getrouwde vrouw van goede huize die in het begin van de twintigste eeuw leeft. Via haar dwalen door de hoofdstad van Het Verenigd Koninkrijk maak je als lezer niet alleen kennis met de vele hooggeplaatste ambtenaren en hun echtgenoten, met kunstenaars, vertegenwoordigers van de medische stand en diensters, die een rol spelen in het leven van Mrs. Dalloway, maar ook –en niet in de laatste plaats- met Londen. De observaties van de stad zijn scherp, poëtisch en liefdevol. Je krijgt zin om er heen te reizen.
Om door te dringen in de beeldrijke zinnen van Virginia Woolf werd ik juist aan het begin van mijn lege weken geholpen door Erwin Mortier die ik voor het eerst op televisie zag en hoorde tijdens de plechtigheid in de Bourla Schouwburg van Antwerpen bij het afscheid van Hugo Claus. Zijn woorden bij Claus’ overlijden vond ik het meest persoonlijk, gedurfd en gepassioneerd, eer doend aan het belang van de schrijver. Hij dwong respect af en ik kreeg vertrouwen in zijn meesterschap.
Waar ik eerder zuchtte tijdens het lezen van de plastische taal van Virginia Woolf, spreekt hij van een “lenigheid in stijl waar jaren van noeste arbeid in doorklinken”. Zijn bevlogen commentaar deed mij opnieuw naar het werk van de schrijfster grijpen. En het werd een plezier om Clarissa Dalloway weer te ontmoeten, zich rondwentelend in haar gegoede kringen, zich vermakend met een oude liefde en cocktailjurken, zich richtend op het opvoeden van haar bijna volwassen dochter en instructies gevend aan haar personeel.
Ik kreeg de smaak te pakken en verslond vervolgens de historische roman(beter gezegd de biografie) ‘Orlando’ en het meer essayistische ‘Een kamer voor jezelf’.
Woolf laat Orlando een paar honderd jaar leven, eerst als man en later als vrouw. Een geniale inval om het mannelijke en vrouwelijke standpunt en vooral de overlapping daarvan uiteen te zetten in een periode in Engeland die loopt van grofweg 1560 tot 1928.
In ‘Een kamer voor jezelf’ toont Virginia Woolf het belang aan van een eigen inkomen en een eigen (werk)ruimte om als vrouw zelfstandig te kunnen leven en werken. Vaak wordt zij een feministe genoemd. Dat is zij ook. Is die term een label en daarmee stigmatiserend, dan verzet ik mij ertegen. Op dat moment doet de term geen recht aan deze intelligente en begaafde Engelse schrijfster levend van 1882 tot 1941.
Om je heen kijkend naar de jonge vrouwen van nu heb je niet snel het idee dat zij aarzelen om te werken, hun eigen inkomen te waarborgen. Maar soms mis ik bij hen de hartstocht de eigen ruimte te bewaken of minstens te beseffen dat anderen hen voorgingen om met strijd, pijn, moeite en verdriet een eigen maatschappelijk en psychologisch gangpad te veroveren.
Vanaf november vertellen en spelen vier actrices over een voor hen belangrijke vrouw. Bij drie spelers gaat het over hun moeder, bij een over haar beste vriendin. Door het grote verschil in leeftijd komt de oude en nieuwe positie van vrouwen tot leven. Drie vrouwen waren heer en meester in de keuken en de kinderkamer. De vierde leeft zelfstandig, een zelfstandigheid niet zonder moeite verkregen. Ik zal er binnenkort nader over berichten.