Heer-R werkt al jaren samen met Heer-D(écorbouwer). Heer-R en Heer-D zien niet gauw ergens tegen op. Met overgave bestuderen zij tekst en regieaanwijzingen van de auteur die het toneelstuk schrijft. Heer-R kiest altijd goede stukken. Van het klassieke repertoire. Hij heeft de goede oren voor de muzikaliteit van de taal. Heer-D heeft de goede ogen. Omdat Heer-D ook meespeelt, begrijpt hij precies wat de schrijver èn Heer-R willen. Ook nu bij De Prijs van Arthur Miller. De Miller vraagt veel. Bijna teveel. De plek waar de personages van De Prijs zich bevinden, is een grote, oude zolder in Manhattan. Al het meubilair van de familie Franz is er opgeslagen. En dan betreft het niet een eethoek die uit nostalgische overwegingen bewaard moet blijven. Het zijn kasten, banken, tafels, stoelen, fauteuils. En dat allemaal in een zware, logge uitvoering waar je letterlijk niet omheen kunt.
Ons V-Theater kan prima als oude zolder dienen en moet dus volgestouwd worden met zwaar meubilair. Heer-R, Heer-D en de inmiddels meewerkende Heer-D-assistent denken diep na. Er kan een weg van de minste weerstand gekozen worden, maar niet door de Heren R, D en D-a. Dat is bewonderenswaardig. Temeer daar Mevrouw-R ook een stuk in voorbereiding heeft, een voorstelling die zich, zoals inmiddels jarenlang gebruikelijk, nagenoeg in een lege ruimte afspeelt. Dat betekent dat voornoemde Heren èn de spelers van De Prijs elke week een lege ruimte vol en vervolgens een volle ruimte leeg moeten sjouwen. Heer Albert Camus had geen beter voorbeeld van sysifusarbeid kunnen bedenken. Heer-R wordt echter langzamerhand een dagje ouder. Moet - vindt Mevrouw-R - een beetje op zijn sjouw-tellen passen.
Over de inhoud van De Prijs zal Heer-R uitgebreid berichten. Hij zit al vaak gebogen over zijn blocnote. Wat alvast gezegd mag worden, is dat het stuk als uitgangspunt de beurskrach van 1929 heeft. Deze wereldwijde financiële crisis heeft ook voor vader Franz en zijn twee zoons zware gevolgen. Dit oude bericht klinkt als nieuw in de oren! Toch?
Vader Franz gaat failliet en de beide zoons staan onmiddellijk voor een moreel dilemma: wie moet er voor hun oude, alleen wonende vader zorgen?
De Miller heeft het knap geschreven. Aangrijpend. De Prijs werd in 1968 gepubliceerd, maar bij lezen en kijken kom je in de sfeer van de vijftiger jaren.
En dan nog dit: De Miller was enige jaren met De Monroe gehuwd. Ook een leuk oud nieuwtje.Toch?