Februari 2009: Waar is de taal?

 

Hij is kwijt, de taal. Nergens te vinden. Hij verstopt zich achter de slaapbank, in de flinke stofwolk onder de tafel, tussen de spleten van de vale houten vloeren. Hij verdomt het om tevoorschijn te komen. Alleen als ik kaarsrecht op mijn bureaustoel achter de laptop zit, meldt hij zich met zinnen voor zakelijke doeleinden: "beste meneer, de voorstelling van … is helaas uitverkocht". "Geachte mevrouw, vanwege de grote belangstelling wordt de voorstelling verlengd". "De cursus is jammer genoeg volgeboekt, wel kan ik u op de wachtlijst plaatsen…" en dan floep, weg is hij, de taal. Als een gladde aal glipt hij tussen mijn vingers door. En ik heb tijd genoeg om met hem te praten. Uren lig ik op mijn bank en kijk voor me uit. Geen woord dat in mijn hoofd wil opkomen. Wel flarden als: naar de apotheek gaan, de koorts opnemen, de urine naar de dokter brengen, bloed laten prikken. En, oh ja, natuurlijk, het boodschappenlijstje om rookvlees, eieren en sinaasappels te laten kopen. En vis, vergeet vooral de vette vis niet.

Goed dan niet. Als je niet wil komen, woord, dan blijf maar weg. Ik lees. Maar de taal lacht grimmig in zijn vuistje. Ook over het lezen is hij deze keer de baas. Ik staar naar de letters. De zinnen dringen niet tot mij door. Met de grootste moeite lees ik een klein artikel in de krant.

Het luisteren naar taal gaat nog het beste. Deze keer niet naar het nieuws. De actualiteit, die ik anders graag volg, kan mij deze weken nauwelijks bekoren.

Wel de bezorgde en ook levendige stemmen van de kinderen met de vragen hoe het gaat? En het horen over het kleinkind. De schrandere vierjarige ontwikkelt haar vermogen om wat zij meemaakt in woorden om te zetten.

Sinds kort gaat zij naar de kleuterschool. De overgang van kinderdagverblijf naar school is moeilijker dan verwacht. Na de eerste dag haalt haar vader haar op. "En," vraagt hij, "heb je lekker gezongen vandaag?" "Nee pappa," zegt zij, "dit is geen liedjeskleuterschool". De vader kijkt naar de punten van zijn schoenen.

"En, hoe was het vandaag," vraagt haar moeder een dag later. "Was het leuk?" "Nee mamma, het was niet leuk. Niemand wil met mij spelen." De moeder kijkt naar de punten van haar schoenen. Haar maag krimpt. Toch waagt zij nog een poging. "Ik zag je met een oudere kleuter…" "Die helpt je wel, mamma, maar dat is niet echt spelen."
"Toen ik langs school kwam vanochtend," zegt haar moeder, "zag ik je met je hoofd op je arm liggen. Was je moe?" "Nee mamma, ik was niet moe. Ik kijk naar buiten, ik wacht tot jullie mij ophalen." De moeder kijkt naar de punten van haar schoenen.