Juni 2009: De strijkbout

 

Tien dagen geleden valt mijn strijkbout van de plank waarop ik het wasgoed kreukvrij maak. Hij is vijfentwintig jaar oud. Ik kreeg hem van mijn schoonvader. Hij leefde toen nog. Mijn strijkbout was een eenvoudige, een Philips. Met een draaischijfje kon je aangeven welke soort stof bediend moest worden. Verder niets. Tevergeefs probeer ik hem te laten maken. Er moet een nieuwe komen.Op mijn boodschappenlijstje schrijf ik tussen kaas, rookvlees, brood en karnemelk: >strijkbout=. In de stad loop ik de winkel binnen waar elektrische apparaten te koop zijn. Ik laat mij een aantal bouten uitleggen en koop er een. Buiten denk ik: dat ging vroeger anders. Mijn moeder spaarde altijd eerst voor elektrische nieuwigheden. Mijn vader bestudeerde de gebruiksaanwijzing en mijn moeder zette met haar nieuw verworven groot- of kleinood gelukkiger haar leven voort. Op enkele punten zet ik de ouderlijke traditie voort. Ik vraag Ad mee bij een elektrische aankoop. Hij denkt mee over de degelijkheid ervan. Spáren doen we voor grotere aanschaffen. Deze strijkbout kwam zomaar. En nu kan ik stomen en water sproeien dat het een lieve lust is.
De eerste elektrische strijkbout van mijn moeder kwam in 1960. Daarvóór werd steeds gestreken met ijzeren bouten die warm gemaakt werden op het fornuis in de keuken, of bij niet branden van de kachel op het donkergroene tweepits-gastoestel.
Omdat mijn moeder werkte, zorgde mijn oma (ons gezin woonde samen met oma en opa) voor grote delen van de huishouding. Zo ook voor het strijken. Mijn oma was een zeer ervaren strijkster. Zij wist precies of de bout heet genoeg was voor de witte en lauw genoeg voor de bonte was. Zelden of nooit maakte zij fouten.

Met de aanschaf van de elektrische strijkbout kwam ook een nieuwe Brabantia-strijkplank, hèt merk in opkomst voor huishoudelijke artikelen. Beide attributen stonden niet meer in de woonkeuken maar in de slaapkamer van mijn ouders. Dit had te maken met de bereikbaarheid van het stopcontact. Op een woensdagmiddag begon mijn oma aan haar strijktaak. Het was in de zomer. Ik herinner mij het heldere licht van de middag. Oma was enigszins opgewonden. Nog nooit in haar 70-jarig bestaan had zij met een elektrisch apparaat de was gestreken. Zorgvuldig ging de bout op en neer. De beddenlakens, de slopen, de theedoeken en de zakdoeken gingen voorspoedig. Toen kwamen de overhemden die net iets te lang aan de lijn hadden gehangen waardoor ze te droog waren geworden. Zij zette de strijkbout neer, ging naar de wastafel en maakte haar handen flink nat om het hemd mee te besprenkelen. Het snoer, dat onder de bout was geraakt, trok zij met haar hand weg. Een grote gil. Mijn vader, die, herstellende van een hartinfarct enkele maanden daarvoor, thuis was, vloog de slaapkamer binnen en zag mijn oma staan met het snoer aan haar handen geplakt. Door de hitte van de bout was het rubber gesmolten en het koperdraad bloot komen te liggen. Hij trok razendsnel de stekker uit het stopcontact. Mijn oma was niet op het idee gekomen. Totaal van streek vertrok zij naar de keuken. Mijn vader nam het repareren van de bout op zich. Ik zag weer vaker de oude bouten op het fornuis in de keuken staan. Oma raakte het elektrische apparaat niet meer aan. Mijn ouders (mijn vader was erg huishoudelijk) zag ik wel met deze moderniteit in de weer. Zij genoten van de vooruitgang. Zij werkten er zich dood voor.