Oktober 2009: Pina Bausch

 

Eind juni 2009 sterft ze. Eind juli wordt ze 69. Geboren in de Tweede Wereldoorlog in Solingen, opgeleid in Essen en werkzaam in Wuppertal. Een wonder dat in zo'n fabriek kunst van formaat ontstaat. Originele kunst. Danskunst met improvisatie en elementen uit het persoonlijke leven van de dansers.

Ik leer haar werk kennen met een omweg.

Vanaf 1962 werk ik als secretaresse in het St. Radboudziekenhuis bij prof. dr. J.J.G. Prick. Hij is neuroloog en psychiater. In die tijd zijn dit nog geen gescheiden disciplines. We zijn met drie secretaresses. Eén is er voor de professor als wetenschapper, één voor hem als hoofd van de kliniek en één is manusje. Ik werk voor de kliniek. Het is een interessante kantoorbaan. Omdat onze baas chaotisch is, hebben wij de organisatorische touwtjes in handen. En hij stelt eisen. Aan onze kennis van zijn vak bijvoorbeeld. Dat geeft kansen. We volgen zijn colleges. We typen zijn wetenschappelijke gedachten. De term 'ziek zijn is een bestaanswijze' leer ik van hem.

Begin jaren zestig is het Radboudziekenhuis nog één gebouw met vijf verdiepingen. Op elke verdieping huist één specialisme. Nu heeft elk specialisme een heel gebouw. De psychiatrie zit op de begane grond en de neurologie op de vijfde verdieping. Daar is ook het secretariaat en de hoogleraarskamer waar de klinische en poliklinische patiënten op het spreekuur komen. Zo zie ik iets van de - vaak getekende - patiënten.

Professor Prick is ook opleider. Een van de vrouwelijke artsen in opleiding heet Bausch. Haar voornaam weet ik niet meer. Zij komt oorspronkelijk uit Duitsland en besluit op oudere leeftijd voor het specialisme. Ze heeft een wat gezet postuur, los opgestoken rood-grijzend haar, een wat groffe huid alsof ze veel in de tropen is geweest, sympathieke blauwgrijze ogen met een open blik, een rustige tred op de zwarte schoenen met blokhakken en de witte jas, die dan nog stipt gedragen wordt, altijd los hangend. Zij wil psychiater worden. We kunnen het goed met elkaar vinden. Zoals veel van de artsen in opleiding vertelt ze goed en enthousiast over de patiënten die zij behandelt. Dat praten gebeurt meestal tijdens het wachten in het secretariaat op de hoogleraar, die heel veel later dan is afgesproken, zijn hoofd om de deur steekt en de assistent uitnodigt zijn kamer te betreden samen met de patiënt die onderzocht is en waar de professor nog eens zijn deskundige oog over laat gaan, meteen beoordelend of zijn adept goed gediagnosticeerd heeft.

In 1972 zeg ik mijn baan op. Ik ben in verwachting. Daarnaast beginnen het toneel spelen, het expressieve bewegen en het doceren professionelere vorm te krijgen. Ik werk aan een bevoegdheid. Als ik in 1975 in de kerst- vakantie de naam Bausch opnieuw tegenkom in de radio- en televisiegids, word ik puur door de herinnering aan die naam nieuwsgierig. Van Pina (Bausch) heb ik tot dan toe nog nooit gehoord. Op een zondagavond zie ik het ballet Le sacre du printemps van Igor Strawinsky in haar regie. Ik weet niet wat me overkomt. Ik zie een groep vrouwelijke dansers in een los vallende onderjurk. De danseressen dragen geen bh. Op blote voeten stampen zij in een dikke laag turfmolm. Hun getrainde lichamen buigen diep voorover waarbij hun los hangende lange haren bijna de grond raken. De mannelijke dansers dragen een lange broek en hebben een ontbloot bovenlijf. Ook zij delen in de intensiteit van de bewegingen. De dansers van Pina Bausch hebben geen uitgemergelde lichamen en zijn niet van de standaardlengte zoals bij de meeste danstheaters het geval is. Ook maken zij geen gebruik van de gangbare esthetische bewegingen. Het zijn mannen en vrouwen van vlees en bloed die zich overgeven aan de kern van het stuk: in dit geval het lenteoffer. De dansers werken tot zij erbij neervallen. Ik geloof niet dat ik tijdens het kijken één keer van houding ben veranderd.

Ik begin me voor Pina Bausch te interesseren. Kom te weten dat zij in Wuppertal een dansgroep leidt met domicilie in de plaatselijke, majesteitelijke schouwburg. Oorspronkelijk zelf danser verschuift haar belangstelling in de loop der jaren naar het choreograferen. Aanvankelijk werkt ze met bestaande muziek of - en dat is al uitzonderlijk - met bestaande theaterteksten, maar langzamerhand laat ze haar dansers improviseren op een thema en begint ze het expressieve dansen, of beter gezegd het expressieve bewegen, te combineren met de biografische gegevens van de spelers. Dat is de tweede schok. Als ik met Ad in de roodoranje stoelen in het Duitse toneelhuis zit om een van haar voorstellingen te zien, en ik hoor de dansers antwoord geven op de door Pina Bausch gestelde erg persoonlijke vragen, flitst het door mij heen: "Dit kan ik ook". De collagevorm die Pina Bausch toepast in haar werk, spreekt mij aan. Het geeft een enorme vrijheid bij het zelf maken van een stuk. Dat ik hierbij de klassieke regels overtreed, realiseer ik me pas later. Ik experimenteer met mijn vrouwengroep, die ik bijna vijftien jaar op de maandagochtend heb, en maak met hen een voorstelling over 'Uiterlijk'. Later komt mijn eigen toevoeging: het familieverhaal. Ik maak met de vrouwen mijn eerste moeder-productie.

Eén aspect van de werkwijze van Pina Bausch durf ik niet toe te passen: het onuitgekristalliseerde materiaal tonen aan het publiek. Bij voorbeeld onder werktitels als 'Tanzabend I' en 'Tanzabend II'. Mede onder invloed van de reacties van het publiek groeien haar stukken en slanken ze af. Ook het zelf af en toe als speler aan een voorstelling deelnemen, neem ik niet over. Wat me bij het kijken naar haar werk opvalt is, dat haar bewegingen humoristisch kunnen zijn. In Wuppertal lacht het publiek regelmatig. In Nederland, waar ik tijdens het Holland Festival voorstellingen zie, wordt ademloos maar ernstig toegekeken. Ook in de pers hier wordt zij als zwaarmoedig gekwalificeerd. Veel van de beelden uit haar 'Dansavonden' zijn onuitwisbaar. Een ervan breng ik onder woorden: een kleine danseres met lange zwarte haren staat alleen op het toneel. Achter haar wordt een zwart-wit filmpje getoond, dat eruit ziet alsof het gemaakt is in de dertiger jaren. We zien een baby die enkele dagen oud is. Waarschijnlijk zijn het opnamen van het pas geboren zoontje van Pina Bausch. De danseres op het toneel is zwanger. Zij tilt haar jurk op en tekent ontspannen en vrolijk met een zwarte viltstift de vorm van de foetus in haar op haar blote buik. Het beeld is des te spannender omdat op de buik een groot litteken zit.

Dat niet verbergen: onnavolgbaar, nee: navolgbaar.