![]() |
![]() |
De glasbak 6 |
| Toneelvoorstellingen |
Het staren naar haar witte muur duurde voort. De vrouw-uit-het-souterrain keek de laatste maanden niet meer door haar ramen naar buiten. Niet meer naar het park aan de voorkant en niet meer naar de tuin van de man-uit-het-herenhuis achter het huis. Wel had zij er plezier in de voorwerpen die zij gebruikte in haar hand te houden. Zij vond het aangenaam om het dikke ronde glas van de pindakaaspot te voelen voordat zij deze op haar grijze formica keukentafel neerzette om daarna de deksel los te schroeven en voorzichtig een lepel pindakaas op haar boterham te leggen. Voordat zij haar tanden in de snee zette verdeelde zij de kleine massa over haar boterham en keek lang naar het smeersel. Pindakaas, dacht ze bij zichzelf. Nee, geen kaas, pap. Stroeve pap. Stroeve, korrelige pindapap. Het was middag. Deze keer was zij niet met haar boterham naar het park gegaan om tijdens het eten naar de herten te kijken. De straten waren niet erg begaanbaar. Overal hompen grijzige sneeuw. Ook de wolken kleurden grijs vandaag. Een kille on-dag. Zij hoorde het geluid van voorzichtige, onzekere voetstappen op het stenen trapje naar haar souterrainwoning. Glad waren haar treden niet. Ze had op tijd geveegd en gestrooid, bang als ze zelf was om uit te glijden. Even later zag zij de gestalte van de man-uit-het-herenhuis voor haar deur. Hij had de krant in zijn hand. Meestal legde hij die bij haar deur als de vrouw-uit-het-souterrain niet thuis was. Daar had zij in al die jaren dat dit gebeurde niet bij stilgestaan. Ze aarzelde. Moest zij naar hem toegaan om de krant aan te pakken, moest zij hem binnenlaten? Ze wist niet goed wat te doen. Maar de man-uit-het-herenhuis klopte al op haar deur en wachtte tot zij open deed. Ze liet hem plaats nemen op de donkergroene slaapbank. Zelf ging ze op een van de rode keukenstoeltjes zitten. De man-uit-het-herenhuis leek ouder geworden. Voor hij ging zitten legde hij de krant van de dag ervoor op de keukentafel. Daarna schoof hij in de kleine gang tussen tafel en bank, en liet zich zakken, ondertussen zichzelf met zijn linkerhand steunend. Het duurde even voordat hij iets zei. Zonder erbij na te denken zei de vrouw-uit-het-souterrain: ‘hebt u zin in koffie?’ De man knikte. De vrouw ging naar haar keukenblok en zette twee bekers op het aanrecht klaar. Onder het koffie maken werd er niet gesproken. De vrouw was ook niet in staat om twee dingen tegelijk te doen en de man leek in geen enkel opzicht haast te hebben. Toen de vrouw weer zat en de koffie in de bekers voor hen stond, zei de man-uit-het-herenhuis: er gaan dingen veranderen. Ik wordt langzamerhand te oud om alleen te wonen. Er is een appartement vrij in de stad waar mijn zus woont. Dat appartement maakt deel uit van een wooncomplex voor bejaarden. Je kunt er zorg op maat krijgen. De woorden ‘zorg op maat’ ergerden de vrouw-uit-het-souterrain. Zeggen deed zij dit niet. Even kwam het in haar op aan te bieden meer voor hem te doen. Nu ruimde zij tweemaal per week zijn studeerkamer op en als zij op die dagen voor hen beiden kookte, liet zij de keuken netjes achter. Flink schoonmaken deed zij nooit. Zij sprak haar aanbod niet uit. Het bleek ook niet nodig. De man had zijn gedachten al geordend en een besluit genomen. ‘Het huis wordt verkocht’ zei hij, ‘en het beste is als je zo snel mogelijk een ander onderkomen zoekt.’ ‘Mijn aanwezigheid is een belemmering voor de verkoop’, zei de vrouw. De man knikte. Hij nam een paar slokken van de koffie. ‘We hadden een goede tijd samen’, zei hij, ‘met de voor ons beiden noodzakelijke afstand hadden we toch gezelschap aan elkaar. Ik ben je er dankbaar voor’. De vrouw-uit-het-souterrain knikte instemmend. De man dronk zijn beker leeg en kwam langzaam overeind. Opnieuw had hij de steun van de tafel nodig. Traag vond hij de weg naar zijn eigen voordeur. De-vrouw-uit-het-souterrain had geen gevoel. Automatisch stond zij op en gooide de resten koffie door de gootsteen. Zelf had ze nauwelijks gedronken. Daarna trok zij haar meer dan twintig jaar oude zwarte lange wollen jas aan, zette haar zwarte wollen hoedmuts op, hing de kleine leren tas over haar schouder, nam de tas met de lege flessen en liep wezenloos naar de glasbak. Daar aangekomen liet zij als vanzelf de lege flessen in de verschillende rondingen glijden. Met de lege, zwabberende tas om haar rechter pols liep zij in de richting van haar ouderlijk huis. Na het aanbellen moest ze even wachten voordat haar moeder open deed. De oude vrouw was niet meer in staat snel bij de voordeur te zijn. Ze glimlachte toen zij haar dochter zag en opende gastvrij zo ver mogelijk de deur. ‘Kom je toch oudjaar vieren?’, vroeg zij. De-vrouw-uit-het-souterrain schrok op. Ze had er niet meer aan gedacht om op het briefje te reageren dat haar broer een paar dagen geleden onder haar souterraindeur had geschoven. ‘Mamma nodigt ons allebei uit om samen oudjaar te vieren’ stond er op. ‘Ik heb er wel zin in. Zou het leuk vinden als jij ook kwam.’ Geërgerd had zij het briefje in elkaar gefrommeld en op het aanrecht gelegd; het lag als het ware klaar om weggegooid te worden. ‘Och ja’, zei de vrouw-uit-het-souterrain, ‘dat is waar ook. Het is vandaag de laatste dag van het jaar.’ ‘Kom verder’, zei de oude vrouw. Dan drinken we thee in de keuken. Haar moeder zag er goed verzorgd uit. Het korte haar leek net gekapt. De lippen waren licht roze. Ze droeg een zwarte wollen aansluitende rok tot halverwege de kuiten en een wat lang vallende, eveneens aansluitende paarse wollen trui met een omgeslagen kol die even van de hals af stond. Haar blik was mat, maar echt terneergeslagen leek ze niet. ‘Red je je?’, vroeg de vrouw-uit-het-souterrain?’ Haar moeders ogen werden vochtig. ‘Ja, ik red me’, zei ze. ‘Het herenhuis wordt verkocht’, zei de vrouw-uit-het-souterrain. ‘De man heeft mij gevraagd zo snel mogelijk te vertrekken.’ ‘Ik dacht altijd dat het tussen de man en jou iets zou w…’ De vrouw-uit-het-souterrain hief afwerend haar hand op. Haar moeder maakte haar zin niet af. ‘Wil je hier wonen?’, vroeg zij. De vrouw keek omlaag en knikte, ‘tijdelijk zou het in ieder geval een uitkomst zijn’, zei ze zacht. ‘Laten we het huis zo indelen dat we allebei op ons zelf kunnen zijn’, zei haar moeder. ‘Ik ben gewend aan mijn vrijheid. Het is niet fijn om ineens alles samen te doen. Dat lijkt me voor jou ook beter.’ De-vrouw-uit-het-souterrain bleef omlaag kijken. Ze durfde haar moeder niet in de ogen te zien. Een gevoel van schaamte beving haar. Ze verlangde naar het moment dat haar broer zou aanbellen. Nog voor de vers gezette thee was ingeschonken werd er licht op de bel getikt en hoorde de vrouw-uit-het-souterrain de veerkrachtige stap van haar broer in de gang. In de keuken zette hij twee tassen met boodschappen naast de tafel, trok zijn wenkbrauwen op toen hij zijn zus zag zitten en liep snel terug naar buiten om zijn racefiets naar binnen te halen. Terug in de keuken liet hij zich op een stoel vallen: ‘even bijkomen, dan ga ik aan de slag. Ja zussie, ik ga een lekker stamppotje voor ons drieën maken. Gezellig dat je er bent. Ik had er al niet meer op gerekend.’ ‘Het herenhuis wordt verkocht’, zei de oude vrouw tegen haar zoon. ‘Moet je weg?’, vroeg hij en keek naar zijn zus. De vrouw-uit-het-souterrain knikte. ‘Ze komt voorlopig hier wonen’, zei de moeder. Even keek haar zoon zonder iets te zeggen voor zich uit, toen barstte hij in lachen uit. ‘De tijd zal je leren’, zei hij ietwat wraakzuchtig.
|
|
| Toneelcursussen voor volwassenen | ||
| Profiel | ||
| Reserveren | ||
| Columns Heleen van den Berg ![]() |
||
| Studies Ad Beukering ![]() |
||
| Adres en Route | ||
| Donateurs | ||
| Contact | ||
| Lijst van gespeelde stukken |
||
| Veiligheid |