Veiligheid

 

Het gebeurt wel eens dat een toeschouwer op de tribune overvallen wordt door een gevoel van opgeslotenheid, als hij of zij om zich heenkijkt.
Daarom wijden we er een woord aan.

Het Vrijdagtheater is inderdaad gevestigd in een oud pakhuis. En dat pakhuis had ooit aan één deur genoeg.

Toen wij in 2003 begonnen met de verbouwing, hebben wij boven in de foyer een groot raam gemaakt, voor het licht, maar ook om heel gemakkelijk naar buiten te kunnen klimmen, als het nodig is. Dan kom je op het zeer grote, platte dak van onze buurman, de tapijthandel. Nu kan dus iedereen altijd weg. Ik schrijf iedereen, want zelfs een bejaarde klautert nog met succes naar buiten.

Maar het belangrijkste is wel, dat we - mede op last van de brandweer - de toegang beneden zó gemaakt hebben dat ze twee naar buiten openslaande vleugeldeuren heeft, die je ten allen tijde open kunt maken door (het brandwerende gordijn opzij te schuiven en) de stang omlaag te drukken.

Naast deze deuren, die verder vrijwel niet gebruikt worden, is er de gewone toegangsdeur, de entree. Deze deur gaat, als het spel begonnen is, op slot. Dat moet wel, want iedereen die, als het spel eenmaal begonnen is, nog binnen zou willen komen, zou zich over de speelvloer naar de tribune moeten begeven, en het spel fataal verstoren. Maar zelfs díe deur is altijd van binnenuit te openen, want we laten de sleutel in het slot zitten.

Tenslotte vermelden we nog dat er boven een schuimblusser is, beneden een brandslang.
De stevige deuren naar het toilet en naar de foyer zijn brandwerend.
Alle zwarte doeken zijn bespoten met een brandwerende vloeistof.

De noodverlichting bestaat uit vijf lampen, twee boven in de foyer, twee beneden in de zaal en één op de trap.
Zij gaan aan bij een stroomstoring.

Ad Beukering / Heleen van den Berg